Wat doet een ROB, een Regionaal Opleidingsbedrijf? Is het hetzelfde als een ROC of een leerbedrijf? Hieronder antwoord op een aantal vragen die ouders en zij-instromers kunnen hebben.
Een Regionaal Opleidingsbedrijf heeft als hoofdtaak om in zijn regio toekomstige werknemers en bedrijven bij elkaar te brengen. Het begint met leerlingen –soms al op de basisschool– te vertellen over werken in de bouw met zijn verschillende sectoren. In dit geval dus de houttechniek. Hoe kan je daar aan de slag gaan, wanneer je het beste leert door dingen te doen in de praktijk? Dan zit je als leerling helemaal goed bij een Regionaal Opleidingsbedrijf. Want een ROB is gespecialiseerd in de begeleiding, die hoort bij de BBL (beroepsbegeleide leerweg). Het aanbod van opleidingen beslaat alle niveaus: 1 tot en met 4. De scholing beslaat alle richtingen, die de houttechniek rijk is. Zeer interessant zijn de mogelijkheden voor aanvullende praktijkscholing. Een aantal ROB’s biedt dit waardevolle onderwijs aan in hun eigen leerwerkplaatsen.
Groeien van leerling naar werknemer
Een ROB brengt een leerling meer bij dan alleen vakkennis. Die is heel belangrijk, uiteraard. Maar andere aanvullende vaardigheden heb je ook nodig. Denk hierbij aan prettige omgangsvormen op het werk, aan veilig omgaan met machines en gereedschap, aan hoe je moet bukken en tillen… Maar bijvoorbeeld ook het belang van evenwichtige voeding komt aan de orde. Voordat de leerling aan de slag gaat bij zijn leerbedrijf, krijgt hij de tijd en de steun om al die vaardigheden te ontwikkelen. Stap voor stap wennen aan het werkklimaat tussen volwassen collega‘s, dat werkt het best. Het ROB bewaakt de algehele voortgang van de leerling. Zorgt voor stabiliteit. Voor de ROB-begeleiders is dit mooi werk. Ze zien elke leerling groeien. De een groeit snel, de ander langzaam en de derde met een kleine kronkel… Maar in veruit de meeste gevallen komt de leerling terecht op een werkplek, waar hij of zij een gewaardeerde collega wordt.
Vangnet en voortgang
Een leerling die verbonden is aan een ROB, werkt 4 dagen per week bij een erkend leerbedrijf in de buurt. Maar de leerling staat op de CAO-conforme loonlijst van het ROB. Het ROB is de werkgever. Waarom? Omdat de leerling zo het best beschermd is tegen de gevolgen van vroegtijdig vertrek bij een leerbedrijf. Een leerbedrijf zou failliet kunnen gaan. Dat gebeurt niet vaak, maar toch. Of de leerling kan zijn draai niet vinden bij een bepaald leerbedrijf. Dat komt meer voor. In beide gevallen wil niemand dan bezig zijn met salaris- en ontslagdingen. Het ROB haalt zijn leerling/werknemer dan gewoon terug, brengt de rust erin en kijkt bij welk ander leerbedrijf nieuwe mogelijkheden liggen. Het ROB heeft goed contact met elk houttechnisch leerbedrijf. Verder geeft het ROB niet gauw op bij het zoeken van een geschikte werkplek. Vangnet zijn en voortgang bevorderen. Dat doet het ROB.
Zij-instromers en nieuwkomers
Zij-instromers zitten in een levensfase, waarin zij al werknemer of zelfstandige zijn. Een zij-instromer is hoofdzakelijk geïnteresseerd in houttechnische vakkennis. Het ROB helpt daar natuurlijk graag bij. Een zij-instromer doet gewoon mee met de lesuren in het praktijklokaal. Oudere en jongere leerlingen staan dus aan dezelfde machines, helpen elkaar en doen samen een bakkie. Om de zoveel tijd kan er ook een nieuwkomer bij zijn, iemand uit een (ver) buitenland die dolgraag de handen uit de mouwen wil steken. Bij een ROB kun je als zij-instromer evenveel certificaten halen als er technische vakken zijn. Maar een zij-instromer kan het ook laten bij één certificaat en de eigen weg verder vervolgen bij een werkgever. Voor een zij-instromer is een ROB gewoon de snelste weg naar werk dat je eigenlijk altijd al had willen doen.